De Koning

Definitie van een koning, beschreven in de roman Godenjacht:

“Gruwelijk. Ik zou de keus niet hebben kunnen maken.”

“Ik moet wel, Meneer. Daarvoor en als zodanig ben ik gebouwd. Ik kan slechts correcte informatie geven en mag nooit de beslissing van een monitor beïnvloeden. Ik moet ervoor zorgen dat de door de monitor gewenste operatie correct wordt uitgevoerd. Misschien is het meest tragische wel dat de monitor geen dienst had en slechts een wandeling maakte. Als ze wel dienst had gedaan, zou ze een protectiepak hebben gedragen. Dan zou ze snel genoeg zijn geweest om het kind van de borstwering te pakken of bij een val met het kind in haar armen op een normale wijze op haar benen terecht zijn gekomen.”

Gedurende enkele minuten sprak geen van beide. Noch Charles, noch Easy verbraken de stilte. Toen sprak Easy opnieuw. Hoe het mogelijk was dat een computer de zeer menselijke intonatie van droefheid in zijn stem kon leggen was Charles onbegrijpelijk. “Probeert U te begrijpen dat elke monitor voldoet aan dat, wat het antieke begrip ‘koning’ moet zijn. Namelijk strijdbaar, altijd handelend in dienst van zijn volk en bereid om op elk moment zijn leven voor zijn volk te geven. In die zin is elk van hen een koning.”

 

Deze definitie staat wel ver verwijderd van die, welke de huidige koning hanteert. Onderstaande brieven geven dat dan ook uitstekend weer:

 

C. Brouwer

Deutschland

 

 

 

Aan: Z.M. Koning Willem-Alexander

Paleis Noordeinde

Postbus 30412

2500 GK Den Haag

Niederlande

Datum, 24 juni 2014

 

 

Betreft: Verzoek om interventie

 

Majesteit,

 

Naar aanleiding van een verzoek aan de Minister van Defensie d.d. 16 april 2013, hetgeen voor mij resulteerde in een ruime leergang “Kastje naar de muur”, “Kluiten en riet” en “Bomen en bos”, verzoek ik U om uw Minister van Defensie te wijzen op het rechtvaardigheidsbeginsel waarop, naast de wetgeving, haar beslissingen dienen te berusten.

 

De directeur van uw Kabinet zal ongetwijfeld tijd kunnen vinden om de bijlagen bij deze brief door te nemen, te vervatten in een advies en U dit voor te leggen. Ik meen dit te mogen concluderen op grond van het feit dat hij in 2012 in staat was om dit in enkele dagen te kunnen doen naar aanleiding van een verzoek mijnerzijds aan Hare Majesteit, waarbij hij 54,5 megabite aan informatie moest lezen en gedeeltelijk uit de Franse taal vertalen. Ik mag aannemen dat zijn advies aan Hare Majesteit, resulterend in een brief van 29 november 2012, kenmerk Rek 12.001781 ook berustte op gedegen onderzoek van de hem aangeleverde stukken.

 

Ten overvloede breng ik het volgende onder uw aandacht:

De ministers van uw regering zijn gaarne bereid om van wet en regelgeving af te wijken indien hen dat convenieert. Daarbij mag gedacht worden aan:

1: Een ambtenares bij de Koninklijke Marechaussee die, functionerend op het niveau van een S1 van een divisiestaf hetgeen overeen komt met een majoorsrang, bevorderd werd tot Generaal-majoor bij het Wapen en totaal gespeend is van elke militaire ervaring. In het gunstigste geval dus een benoeming in het kader van vriendjespolitiek en in het ergste geval een benoeming uit een politieke overweging die in 1933 in Duitsland “Gleichschaltung” werd genoemd. Dat de betrokken dame op 15 augustus haar ongetwijfeld onwennig zittende uniform weer aan de kapstok zal hangen en zich verder bezig zal houden met het begrip begroting op het Ministerie van Financiën, duidt erop dat er van enige roeping bij haar overgang naar het Wapen der Koninklijke Marechaussee geen sprake is geweest.

2: De Minister van Sociale Zaken, die meent dat z.g. Polderjihadi’s die uit Syrië of elders terugkeren naar Nederland geen uitkering zouden moeten krijgen, althans dat hun uitkeringen gestopt moeten worden. Dit impliceert dat deze lieden reeds een uitkering kregen voor ze aan hun moordlustige religieuze avontuur begonnen en dat die uitkering kennelijk doorging gedurende de tijd dat ze zich in Syrië bevonden. Dit beleid past ongetwijfeld in het kader van de visie van uw premier, die meent dat van wetgeving mag worden afgeweken indien dit in het belang van het land, uw land dus, is of mogelijk onrust onder delen van de bevolking zou opleveren.

3: Aan uw premier en de Minister van Veiligheid en Justitie, die besluiten dat Ballast-Nedam een boete van 7 miljoen Euro moet betalen i.v.m. bewezen corruptie waar dit het verkrijgen van orders in Saoedi-Arabië betreft. Dat met medeweten van KPMG bewezen corruptie dus ongestraft blijft is voor uw ministers kennelijk volkomen acceptabel. Die boete is dus duidelijk geen straf omdat het bedrijf die zal betalen en corruptie plegende Nederlandse zakenlieden kunnen deze praktijken dan ook rustig voortzetten omdat dit slechts een boete oplevert die beschouwd mag worden als zakelijke onkosten.

4: Uw premier meende enige tijd geleden dat het betalen van een schadevergoeding aan een aantal Indonesische weduwen volkomen gerechtvaardigd was. Ten eerste mag worden opgemerkt dat de executies van die opstandelingen tegen het Nederlandse gezag reeds 66 jaar in het verleden lagen en dus ruimschoots buiten de tijd vielen waarop de betrokken dames enige claim bij de Nederlandse Staat konden indienen. Ten tweede dat, met het betalen van die schadevergoeding de Nederlandse troepen, die deelnamen aan de Politionele Acties, en passant tot agressor werden verklaard.

 

Uit deze en talloze andere voorbeelden die dank zij de media en Internet aan het licht komen, mag worden geconcludeerd dat de Nederlandse, door U ondertekende wetgeving, a volonté wordt toegepast. Behalve dus waar het uw militairen betreft die een eed aflegden en trouw zworen op Koningin/Koning en Grondwet. Een ander woord voor dit soort handelen is willekeur.

 

Het beleid van de Minister van Defensie ten aanzien van personeel is van dien aard dat dit in de 19de en 20ste eeuw heeft geleid tot de opkomst van politieke partijen en vakbonden en een omwenteling in het Nederlandse staatsbestel veroorzaakte. Een zoektocht op het Internet naar de gevolgen van het huidige beleid van uw Minister van Defensie gaf, voor mij als ex-Adjudant der Infanterie, een aantal schrikbarende feiten weer waar het de behandeling van ex-militairen betrof. Kennelijk worden die als niets meer beschouwd dan als menselijk afval.

Er lopen thans Nederlandse ex-militairen rond die na uitzending naar een der oorlogsgebieden in het kader van vredesmissies lijden aan een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS). Een van deze mannen, waar ik aan refereerde in mijn brief van 16 april 2013, spande via een bekende rechtsgeleerde een proces tegen de Nederlandse Staat aan voor het toegewezen krijgen van een schadevergoeding. De man mocht 10 jaar procederen voor hij succes had. De Minister van Defensie verklaarde daarna onmiddellijk dat de uitkomst van het proces geen reden was om de andere PTSS-slachtoffers eenzelfde vergoeding te geven. Elk geval zou apart worden beoordeelt. Dus elk PTSS-slachtoffer mag aan een eindeloze procesvoering beginnen en bij eventueel succes mag de uitspraak van het ter zake bevoegde rechtscollege op zijn grafsteen gebeiteld worden. De overigen krijgen een medaille, verpakt in een al dan niet ondertekende ontslagbrief en met als enveloppe een verwijsbrief naar een psychiater.

 

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende de eis van de in genoemde brief ex-militair kon, bij mijn verzoek aan de Minister van Defensie als jurisprudentie worden beschouwd. De Minister had drie mogelijkheden om daarop te doen reageren:

1: Bezie de zaak op zijn merites.

2: Zoek redenen om het verzoek in te willigen.

3: Zoek redenen om het verzoek af te wijzen.

Kennelijk heeft de Minister besloten om mogelijkheid 3 te hanteren zoals ze dit ook heeft besloten ten aanzien van de vele PTSS-slachtoffers met haar opmerking dat elk geval apart zal worden bezien.

Het onlangs geopende en in een bijlage vermeldde Veteranenloket staat kennelijk ook open voor “Indiëgangers”. Dit waren dus militairen die thans zelfs veel ouder zijn dan ik (69 jaar).

Alle motivaties tot weigering van mijn verzoek, zowel bij het ministerie als het ABP, gelden dus ook voor hen. Daarmee is het Veteranenloket het zoveelste “kastje naar de muur”.

 

Op de brief van Mr. D. den Hollander, d.d. 17 juni 2014, van het ministerie zal door mij, om begrijpelijke redenen, niet gereageerd worden.

 

Tot ik het krantenbericht las, dat aan Dhr. XXXXX een schadevergoeding was toegekend, was het zelfs nooit in mijn gedachten opgekomen dat voor het door mij, en in feite evenzeer mijn echtgenote, ervaren leed enige financiële vergoeding zou kunnen of moeten opleveren. Ik heb mijn 33 jaar diensttijd, met alle voor- en tegenspoed, altijd beschouwd als een opdracht in loyaliteit jegens mijn land, mijn superieuren en ondergeschikten. Het relaas daarvan vindt U eveneens als bijlage terug in de vorm van een brief aan de toenmalige BLS Lt.Gen Schouten. (Deze brief stond overigens op een 2MB schijfje uit die periode en is niet zo correct weergegeven als indertijd geschreven.) De gevolgen meende ik dan ook zelf te moeten dragen als resultaat van mijn eigen motivatie en handelen. Het was zeker niet mijn bedoeling om mee te drijven op het succesvolle vlot van Dhr. XXXXX.

Indien het CRB echter meent dat dergelijk leed gecompenseerd moet worden door middel van een schadevergoeding, dan zou dit ook voor mij moeten gelden.

 

Ongetwijfeld zal de directeur van uw Kabinet na het lezen van deze brief aan Mw. Mr. M. Beuker opdracht geven om de geijkte brief te versturen, inhoudende dat “De Koning, in verband met de Ministeriële verantwoordelijkheid, niets kan doen”. In dat geval is de macht van De Koning der Nederlanden, en zeker niet op democratische wijze, gereduceerd tot niets en kunnen leden van uw regering uw inzichten, visie op het Nederlandse staatsbestel en correctieve adviezen achteloos wegwuiven.

 

Ik verzoek U om de Minister van Defensie daarop te doen wijzen.

 

Met de meeste hoogachting,

 

 

C. Brouwer

 

Bijlagen: 17

 

 

C. Brouwer

Deutschland

 

 

 

Aan: Z.M. Koning Willem-Alexander

Paleis Noordeinde

Postbus 30412

2500 GK Den Haag

Niederlande

Datum, 14 oktober 2014

 

 

Betreft: Uw brief d.d. 16 juli 2014

Kenmerk: Rek 2014001149

 

Majesteit,

 

Naar aanleiding van bovengenoemde brief doe ik U het antwoord van de Minister van Defensie d.d. 16 september 2014 toekomen. Eveneens doe ik U mijn reactie op het resultaat van haar “Ik wil U graag behulpzaam zijn” toekomen.

Wat de Minister dus doet is mij met een oude kluit in een nieuwe rietkraag sturen.

Voor een duidelijke beeldvorming heb ik eveneens een door mij geschreven en aan het partijbestuur van de VVD verstuurde brief bijgevoegd.

Ten laatste breng ik onder uw aandacht dat zeer recent de Minister van Defensie de veteranenzorg in Nederland de beste ter wereld heeft genoemd. Ook hier schiet de kennis van de Minister tekort, hetzij liegt ze doelbewust ter eigen meerdere eer en glorie.

Sedert de Golfoorlog in 1991 onderhoud ik nauwe banden met mijn toenmalige Amerikaanse directe superieur, Col. (ret) J.M. XXXXX. Een veteraan uit de vele Amerikaanse oorlogen, te beginnen met Vietnam. Van een militaire superieur werd hij tot een dierbare vriend waarmee ik sinds die oorlog aanvankelijk regelmatig en na het ontstaan van Internet dagelijks contact heb. Tijdens het schrijven van deze brief kwam zijn dagelijkse E-mail binnen. Toevallig betrof de inhoud deels de Veterans Administration. Ik voeg hierbij dan ook een print van die E-mail.

Uw Minister van Defensie kan zeer zeker bij haar Amerikaanse collega Chuck Hagel in de leer waar het de zorg voor veteranen betreft.

 

 

Met de meeste hoogachting,

 

 

C. Brouwer

 

Bijlagen: 4

 

 

Het resultaat van het antwoord van het Kabinet van de Koning geeft te denken en roept een groot aantal vragen op. Het denken kan zich beperken tot de vaststelling, dat de koning niet wil worden lastiggevallen met verzoeken van zijn onderdanen. Ongeacht hun aard. Hij heeft zijn kabinet dus belast met. . . .

De vragenlijst zou zo lang worden dat het zelfs niet de moeite loont om die hier te beschrijven. Een vaststelling is dat echter wel.

Het Kabinet van de Koning is niets meer dan een doorgeefstation van verzoeken aan verantwoordelijke ministers die in eerste instantie, juist door hun beslissingen, verantwoordelijk waren voor de reden om een verzoek aan de koning te richten als laatste middel om Recht, een rechtvaardige beslissing of behandeling te verkrijgen.

Zo ongeveer als een Anne Frank, die een verzoek aan de Fuhrer richt om niet vergast te worden en wiens staf dat verzoek vervolgens doorgeeft aan Heinrich Himmler.

 

Onderstaande brief lag dan ook voor de hand. Mijn eerste impuls was om, nadat ik de betreffende fotolijst uit mijn werkkamer had verwijderd, dit in de vuilnisbak te gooien. Bij nader inzien haalde ik het er weer uit en voegde het bij de brief.

 

C. Brouwer

Deutschland

 

 

 

Aan: Z.M. Koning Willem-Alexander

Paleis Noordeinde

Postbus 30412

2500 GK Den Haag

Niederlande

Datum, 18-2-2015

 

 

Majesteit,

 

Hierbij bied ik U een al zeer oud schilderijlijstje aan. In dit lijstje zaten sinds juni 1967 de portretten van twee vorstinnen waaronder ik mocht dienen. Ze vergezelden mijn familie gedurende mijn diensttijd en vonden altijd een duidelijk zichtbare plaats in ons huis.

Dat had iets te maken met Je maintiendrai, met Nulli Cedo, met het ochtendappél als het Wilhelmus werd geblazen, met mijn getekende verklaring van trouw aan de Koningin bij dienstneming bij de Koninklijke Marechaussee in 1967, met eer, met trouw, met de jaarlijkse oranjeborrel in de mess en de toast “Opdat zij leve”, met het rotsvaste vertrouwen dat ik een rechtsstaat diende die het waard was gediend te worden, met het rotsvaste vertrouwen dat een Oranjemonarch geen onrecht zou toestaan en als symbolisch teken dat het gezag van de vorstin reikte tot in het huis dat ik bewoonde.

Het bleken inhoudsloze drijfveren en emoties te zijn gedurende 48 jaar.

 

Hoewel ik nooit gedacht had ooit een beroep op een regerend vorstin of vorst te moeten doen, bleek dit een zinloze actie te zijn toen het er werkelijk op aan kwam.

Dat was het geval dat bij uw Kabinet bekend is onder Kenmerknummer: REK 12.001781 en thans REK 2015000160.

In het eerste geval werd domweg mijn recht op rechtspraak geschonden door een land dat, evenals Nederland, het Europese Verdrag voor de rechten van de Mens heeft ondertekend.

Dat schond mijn rechten als uw onderdaan. Het ontnam me tevens al mijn bezittingen.

In het tweede geval werden jurisprudentie en precedenten genegeerd die toegepast zouden moeten zijn bij mijn verzoek aan U.

Dat schond mijn rechtsgevoel.

Eveneens stond eerst uw voorgangster en daarna U toe dat ik, en ook mijn collega’s, willens en wetens van ongeveer 25% van het hen toekomende pensioen werd beroofd terwijl ik gedurende mijn 33 dienstjaren zoveel overuren maakte dat die ruimschoots de tijd compenseerden die ik van mijn 55ste tot 65ste jaar als FLO-er doorbracht. Daarmee heeft U passief toegestaan dat op mij en mijn collega’s een weddevermindering met terugwerkende kracht werd toegepast over de vele dienstjaren. Figuurlijk gezien werden mijn collega’s en ik daarmee bij het grof huisvuil gezet. Dat geeft mij het gevoel dat ik, met op de rug gebonden handen, een slag in het gezicht heb gekregen.

 

Ik heb overduidelijk aangetoond dat in beide gevallen uw ministers slechts positieve beslissingen nemen wanneer hen dit politiek goed uitkomt. En dat is politieke willekeur die een rechtsstaat onwaardig is. De door U geëtaleerde machteloosheid om dit te voorkomen en die, waar het de gedragingen en beslissingen van uw ministers betreft, brengen mij ertoe om het symbool van mijn vertrouwen in de vorsten van het Huis van Oranje en het plichtsgevoel dat mij daarmee diensttijdlang dreef, uit mijn huis te verwijderen.

Ik zie dit nog uitsluitend als een opgevoerde show die aan het einde de slechts denkbare recensie verdient.

De een zou dit een pathetisch gebaar noemen en de ander een afrekening. Voor mij is het een afscheid van een overtuiging. Als regerend Vorst wenst U kennelijk geen onrecht en onrechtvaardigheid te voorkomen en beroept U zich op een Grondwet waarvan de afgeleide wetten en regelgeving door de door U beëdigde Regering tot op heden al vele malen zijn geschonden. Zowel naar de letter als naar de geest.

 

U beëdigt regeringsleden. Dat geeft U dan ook het recht hen van die eed te ontslaan en hen daarmee tot aftreden te dwingen. Deze nalatigheid om U motiverende redenen in deze brengt het Nederlandse volk ernstige schade toe.

 

De bijgevoegde brief van het Ministerie van Defensie spreekt boekdelen waar ik kantlijnnotities heb geplaatst. Die brief zal door mij niet beantwoord worden en evenmin zal door mij bij de vrouw die fungeert als uw Minister van Defensie een bezwaar worden aangetekend. Alle brieven betreffende deze zaak werden ondertekend namens haar en een der brieven heeft ze zelf ondertekend. Een bezwaar indienen zou in dit geval betekenen de herziening vragen bij een rechter die vonnis velt en zelf uit hobbyistische overwegingen als beul fungeert. Gezien de mededeling van uw Koninklijk Kabinet dat alle brieven aan de verantwoordelijke minister, al dan niet voorzien van enige Koninklijke visie, worden toegestuurd, zal deze dus ook daar terecht komen.

 

 

Hoogachtend,

 

 

C. Brouwer

 

Bijlage: 1 (Beslissing van het Ministerie van Defensie d.d. 22-1-2015 en bijgevoegde kantlijnnotities)

 

Dagelijks herinneringetje:

Vandaag, 20 september 2017, nog eens hetzelfde:De Nederlandse bevolking mag zich verheugen in het feit dat ze vandaag 273972 Euro heeft betaald om de door hen geadoreerde koning, zijn Argentijnse echtgenote die denkt dat Nederlanders niet bestaan, drie prinsessen en een hele reeks ongeregeld die deel uitmaken van het koningshuis, blij te maken. En nu kreeg de bevolking een bonus in de vorm van een kladje dat iedereen nog blijer moet maken. Dat was de troonrede die geschreven werd door lieden waarvoor de bevolking haar stem uitbracht. Als je dus vandaag tot de ontdekking komt dat je toch maar naar de voedselbank moet omdat zowel de voorraadkast als je portemonnaie leeg is, bedenk dan dat het geld dat eigenlijk aan jou besteed moest worden, thans een heeeeeel nuttige bestemming heeft. N.l. de kas van het koningshuis. En bedenk ook maar dat jullie, dank zij je politieke keuze volgend jaar dat dagbedrag dat jullie aan het koningshuis kwijt zijn omhoog zien gaan. En bedenk ook maar dat de koningin zich na het voorlezen van een hoop nonsens naar het vliegveld haastte om om jullie kosten naar New York te vliegen voor het bijwonen van een of ander festijn. En dat had dan niets met het welzijn van de bevolking te maken. Gefeliciteerd allemaal.